Relatie met groothandel keukenaccessoires: Duurovereenkomst of niet?

Een groothandel in keukenaccessoires levert aan een grote hoeveelheid ondernemers messensets, kurkentrekkers en andere keukenbenodigdheden. Met één van deze klanten was de relatie echter niet zo goed en de groothandel wilde de handelsrelatie beëindigen. Op enig moment laat hij dan ook weten dat hij zou stoppen met het verkopen aan deze klant. De klant was het daar niet mee eens. Hij stelde dat sprake was van een duurovereenkomst en dat de groothandel niet zomaar kon stoppen met leveren, omdat hij daardoor zeer veel schade zou lijden. Hij zou zijn eindklanten niet meer kunnen bedienen en op zo’n korte termijn kon hij geen andere groothandel vinden die qua prijs-kwaliteitsverhouding eenzelfde assortiment aanbood.

De groothandel hield echter voet bij stuk en beëindigde de leveranties. De klant startte een kort geding en vorderde onder meer dat de groothandel zou worden veroordeeld tot doorlevering voor een bepaalde tijd en tot levering van de reeds bestelde, maar niet verkregen, producten.

Wel of geen duurovereenkomst?

Het antwoord op de vraag of er een duurovereenkomst tot stand is gekomen, is afhankelijk van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden mochten afleiden. Voor de beantwoording van de vraag of er (al) sprake is van een duurovereenkomst kunnen volgens diverse uitspraken als relevante omstandigheden onder meer worden aangemerkt: de duur van de relatie, de exclusiviteit van de samenwerking, de intensiteit van contact en overleg, de afspraak tot het gebruik van telkens dezelfde standaardovereenkomst en jaarlijkse prijsonderhandelingen terwijl leveranties doorlopen op grond van oude prijzen.

Geen duurovereenkomst, maar telkens opnieuw gesloten losse overeenkomsten

Gelijk verweerder in haar verweer had gedaan ging de rechtbank Rotterdam deze ‘criteria’ min of meer puntsgewijs langs. De rechtbank kwam daarbij tot het oordeel dat de duur van de overeenkomst niet doorslaggevend was, er geen sprake was van een exclusieve samenwerking en er geen sprake was van intensief overleg of contact. De rechtbank oordeelde dat het dus niet waarschijnlijk was dat er sprake zou kunnen zijn van een duurovereenkomst, maar van telkens opnieuw gesloten losse overeenkomsten. De vordering van de klant werd dan ook afgewezen.

Overigens oordeelde de rechtbank dat ook indien een duurovereenkomst wel moest worden aangenomen, deze in de gegeven omstandigheden opzegbaar was en dat de gegeven termijn van zes weken ook redelijk was.

De gehele uitspraak kunt u hier vinden:
https://linkeddata.overheid.nl/front/portal/document-viewer?ext-id=ECLI:NL:RBROT:2019:8802

 

Bent u een groothandel en wilt u de relatie met uw klant verbreken? Of wordt u als ondernemer juist geconfronteerd met een groothandel die u niet langer wenst te bevoorraden? Neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op.